AMOS Onderwijs alles wat nieuwe ouders over ons moeten weten

Voor nieuwe ouders

Bent u benieuwd naar kenmerken van het AMOS onderwijs? Dan bent u hier aan het juiste adres. In vogelvlucht laten wij u kennismaken met AMOS en wat u van onze scholen kunt verwachten. In Amsterdam kennen we de traditie van de magneetscholen. Ze zijn te herkennen aan bijzondere activiteiten en projecten. Wij willen ál onze scholen uitnodigen om op een of meer gebieden bijzonder te zijn. Niet alleen vanwege het magneet-effect, maar ook om kinderen de kans te geven op bepaalde terreinen echt verder te komen.

Pedagogische nota

Bij AMOS hebben wij een nota geschreven over het te voeren pedagogisch beleid op de scholen. Met dit beleid profileren wij ons in de stad. Wij kiezen een eigen positie temidden van allerlei veranderingen op het gebied van onderwijs en opvoeding. U kunt deze nota hier downloaden. In deze nota werken wij onze visie op onderwijs en opvoeden uit aan de hand van zes sleutelvragen:

  1. Wat stellen we ons voor van de leerling die na acht jaar een van onze scholen verlaat?
  2. Welke bijzondere kwaliteiten hebben leerkrachten hiervoor nodig?
  3. Op welke manier draagt de schoolcultuur bij aan de gewenste vorming van de leerlingen?
  4. Hoe kan men aan de inrichting van het gebouw en de lokalen het profiel van onze scholen herkennen?
  5. Welke hoogtepunten zijn kenmerkend voor onze visie op onderwijs?
  6. Welke partners hebben we nodig voor de realisatie van onze visie?
De antwoorden op deze vragen gaan steeds gepaard met enkele ‘doorkijkjes’ in de praktijk van de school. Pedagogische uitgangspunten gaan hierdoor hand in hand met de pedagogische praktijk.

Opbrengstgericht werken

Leerlingen en leerkrachten van AMOS werken samen aan opbrengstgericht werken. De kinderen worden uitgedaagd hun talenten te ontwikkelen, zowel op het gebied van leerprestaties als sociale competenties, zoals zelfbeeld, zelfstandigheid, samenwerken, omgaan met conflicten, omgaan met verschillen. Opbrengstgericht werken gaat nog verder. Ook de ontwikkeling van de leerkracht, de schoolleiding en de intern begeleider maken er onderdeel van uit. Scholen gebruiken opbrengstgegevens om het onderwijsleerproces te verbeteren, met als einddoel een betere leerlingprestatie.

Opbrengstgericht werken start met het stellen van doelen. Een opbrengstgerichte leerkracht stelt zich steeds de volgende vragen: Wat zie ik? Wat betekent dat? Wat betekent dat voor mijn volgende les? Naast de groep reikt opbrengstgericht werken verder, naar de school: wat willen we als school met deze leerlingen bereiken? We verzamelen gegevens en analyseren die. Vervolgens gaan we op zoek naar verklaringen en stellen plannen op. De schoolleiding monitort de verbeteringen en stelt de effecten vast.

Hoe werkt dat in de praktijk? Een voorbeeld: de uitslag van een toets wordt tijdens de groepsbespreking vergeleken met de streefdoelen zoals die door de leerkrachten zelf zijn geformuleerd. De leerkracht kijkt bewust naar de leeropbrengsten van zijn groep, analyseert deze en stelt een passende individuele of groepsaanpak op. Als de gewenste score bijvoorbeeld achterblijft, worden er door de intern begeleider en de leerkracht een groepsplan of individueel handelingsplan gemaakt. Daarin kan bijvoorbeeld worden opgenomen dat er meer tijd moet worden besteed aan een vak- of vormingsgebied, of dat de instructie gewijzigd of verbeterd moet worden of dat een leerling een meer individueel gerichte aanpak nodig heeft. De schoolleiding en de intern begeleider observeren of het lukt om deze veranderingen toe te passen en of ze effect hebben. Opbrengstgericht werken betekent dat leerkrachten de toetsgegevens gebruiken om de leerlingen te volgen en ouders te informeren, én om te kijken hoe effectief het onderwijs is dat hij of zij verzorgt.

Bij opbrengstgericht werken stelt een leerkracht vast of de leerlingen voldoende profiteren van het onderwijs dat hij/zij geeft. De leerkracht stelt zichzelf de vraag of de doelen die hij/zij stelt aan de leerlingen hoog genoeg zijn. Of de leerlingen daardoor de ruimte krijgen om zelf oplossingen te bedenken. Of de leerkracht de leerlingen voldoende ondersteunt in het leerproces. Kortom, er is aandacht voor de pedagogische aanpak.