Informatiepagina Coronavirus - AMOS Onderwijs

Informatiepagina Coronavirus

Deze pagina bevat een overzicht van veelgestelde vragen en antwoorden over het onderwijs binnen AMOS ten tijde van maatregelen rondom het coronavirus.
RIVM-richtlijnen leidend

Als scholengroep volgen wij de richtlijnen van het RIVM, ten tijde van sluiting en daarna. Mocht het nodig zijn passen wij beleid of dagelijkse praktijk aan op eventuele wijzigingen in deze richtlijnen. Ze zijn te vinden op de website van het RIVM (www.rivm.nl/coronavirus).

Openstelling scholen per 8 februari

Wij zijn als bestuur erg blij dat we alle leerlingen weer naar school kunnen laten komen. Hiermee komt een einde aan een lange periode waarin veel van ouders / verzorgers werd gevraagd in het begeleiden van de kinderen. Ondertussen zijn er ook nog veel vraagtekens over veiligheid, onder meer door tegenstrijdige berichten in de media. Per brief informeren wij regelmatig alle ouders van onze scholen over de richtlijnen die gehanteerd worden vanuit overheid en ons als bestuur. Hieronder vindt u het algemene protocol voor de openstelling van de scholen per 8 februari.

Algemene vragen rondom de schoolopenstelling 8 februari

Kunnen de scholen ook later open dan 8 februari?
Nee. Scholen geven met ingang van maandag 8 februari weer fysiek onderwijs op school, waarbij zij uiteraard niet aan het onmogelijke zijn gehouden.
Zijn er uitzonderingen waardoor een school niet open gaat?
De school is open, tenzij… * Het advies van de GGD over besmettingen op school en beperking van het verspreidingsrisico hier aanleiding toe geeft, of * De school organisatorisch geen andere mogelijkheid heeft dan te sluiten, omdat teveel personeelsleden ziek zijn of in quarantaine moeten, en geen vervanging beschikbaar is. Als cohortering organisatorisch niet mogelijk is, is dit geen reden om de school te sluiten.
Als een school toch dicht moet, wordt er dan op een andere manier onderwijs gegeven?
Wanneer onderwijs niet fysiek mogelijk is, schakelen scholen over naar onderwijs op afstand. Een school meldt een tijdelijke schoolsluiting bij de Onderwijsinspectie via het meldpunt.
Mag er tot de tijd dat er afstemming is geweest met ouders, medezeggenschap en kinderopvang ook afstandsonderwijs gegeven blijven worden?
Nee. Vanaf maandag 8 februari wordt er weer fysiek onderwijs gegeven op school. Scholen dienen te zorgen voor afstemming met ouders, medezeggenschap en met kinderopvangorganisaties voor noodopvang na schooltijd door de BSO.
Mogen scholen ook alleen halve dagen open of hele dagen, halve groepen?
Nee. Met ingang van 8 februari gaan alle leerlingen weer zo veel mogelijk volgens op reguliere schooltijden naar school. Hierop kunnen kleine uitzonderingen gelden als het gaat om gespreide begin- en eindtijden en het aanpassen van het rooster voor gymles om contact tussen groepen leerlingen te beperken.
Mogen scholen hun onderwijstijden wijzigen?
Het uitgangspunt is dat scholen hun reguliere onderwijstijden aanhouden. Hierbij houden zij rekening met gespreide tijden om kinderen te brengen en halen. Dit is om het verspreidingsrisico onder ouders en verzorgers zoveel mogelijk te beperken.
Wat is de rol van de inspectie in deze periode?
Van scholen in po, so en sbo wordt verwacht dat ze per 8 februari volledig open zijn. Als dit niet het geval is, gaat de inspectie het gesprek aan met de school en het bestuur. De school is open, tenzij het advies van de GGD over besmettingen en het beperken van verspreidingsrisico’s hier aanleiding toe geeft, of wanneer er organisatorisch geen andere mogelijkheid is, omdat teveel personeelsleden ziek zijn of in quarantaine moeten, en geen vervanging beschikbaar is. Scholen wordt gevraagd om een (tijdelijke) sluiting van een gehele school of vestiging te melden bij het meldpunt Schoolsluiting bij de inspectie. Scholen kunnen dit doen via het Internet School Dossier (ISD).
Is het verantwoord voor leerkrachten in het primair onderwijs om weer fysiek les te geven met het oog op het besmettingsrisico?
Ja, dat is verantwoord. Volgens het OMT zijn de risico’s aanvaardbaar; hierom hebben zij geadviseerd om het primair onderwijs en de kinderopvang voor leerlingen van 0 tot 4 jaar nu te heropenen. Hiervoor treffen we wel aanvullende maatregelen, daar heeft het RIVM aanvullende richtlijnen voor gegeven. Hiermee worden de risico’s verder beperkt. Overigens is het zo dat de besmettingscijfers, blijkens het percentage positieve tests, onder onderwijspersoneel in de afgelopen maanden altijd significant lager waren dan onder de gehele bevolking. Het RIVM houdt de besmettingscijfers onder leraren goed in de gaten en brengt hier wekelijks een rapportage over uit. Uit onderzoek van het OMT blijkt dat kinderen kunnen bijdragen aan de verspreiding van het virus, maar veel minder dan volwassenen. Dat geldt ook voor de nieuwe , meer besmettelijke varianten van het virus.
Welke maatregelen worden getroffen om risico op besmetting voor leerkrachten te verminderen?
Beperking van de verspreiding van het coronavirus wordt bereikt door veel verschillende maatregelen voor personeel, leerlingen en ouders: • een aanscherping van het bron- en contactonderzoek testbeleid, quarantaine en isolatie en contact- en uitbraakonderzoek; • hygiënemaatregelen en voldoende ventilatie; • afstand houden, doorstroming en het beperken van het aantal contacten op de school (en daarbuiten); • persoonlijke beschermingsmiddelen, zoals het gebruik van mondneusmaskers.
Waarop is het besluit om de scholen weer te openen gebaseerd?
Het OMT heeft geadviseerd om de scholen voor po, so en sbo weer te openen. Dit advies heeft het kabinet gevolgd. Het OMT vindt dit verantwoord, zeker als wordt gekeken naar de grote negatieve effecten van de sluiting van de scholen. Wel moeten aanvullende maatregelen worden getroffen om de verspreidingsrisico’s verder te beperken.
Waarom gaat de buitenschoolse opvang (BSO) niet open?
Het kabinet heeft het advies van het OMT overgenomen om de BSO niet te openen. Het OMT geeft aan dat de groepen in de BSO vaak niet hetzelfde zijn als groepen op school. Heropening van de BSO zou dus tot extra contacten tussen leerlingen leiden. Het dringend advies is om wisselende contacten tussen leerlingen te beperken om daarmee de mogelijke verspreiding van het virus tegen te gaan. De BSO blijft wel open voor noodopvang.
Blijft de BSO wel open voor noodopvang na schooltijd?
De BSO blijft wel open voor kinderen die gebruik maken van de noodopvang. Dit geldt alleen voor leerlingen in kwetsbare posities of met ouder(s) in cruciale beroepen. Ook gastouders mogen weer kinderen na school opvangen.
Is de tussenschoolse opvang toegestaan?
Zolang de klas bij elkaar blijft en niet mengt met andere groepen, mogen kinderen tijdens de lunchpauze op school blijven.
Welke mogelijkheden zijn er om toch thuis te werken voor onderwijspersoneel?
Als een personeelslid in een risicogroep valt of aanleiding ziet om thuis te werken, dan bespreekt hij of zij dit met de school. De arbo-arts kan hierbij uiteraard ook een rol spelen. In goed overleg kan dan bijvoorbeeld worden gekeken welke werkzaamheden het personeelslid wel kan vervullen. Dit zal meestal maatwerk zijn.
Moeten leraren ook contact beperken als ze 1,5 meter afstand houden?
Onderwijspersoneel dient onderling 1,5 meter afstand te houden. In het OMT advies van 30 januari staat dat clusters van besmettingen zijn gevonden op scholen na koffie-/lunchpauze. Het is daarom belangrijk om nog eens te onderstrepen dat onderwijspersoneel ook in de pauze de afstandsregel in acht moet nemen.
Waarom wordt het gebruik van (medische) mondneusmaskers niet verplicht gesteld voor leerlingen op de basisschool?
Volgens het OMT is in de kinderopvang, het basisonderwijs en het speciaal (basis)onderwijs het dragen van een mondneusmasker in principe niet nodig. Volgens het OMT kan in de hogere klassen (groep 7 en 8) in het primair onderwijs wel worden overwogen om leerlingen een mondneusmasker te laten dragen bij beweging in het gebouw, maar alleen wanneer afstand houden in de gangen tot leerlingen van andere klassen niet goed mogelijk is. Bij het gebruik door kinderen is goede instructie over goed gebruik van mondkapjes en goede toepassing van handhygiëne van belang.
Mogen leerlingen face-shields dragen?
Ja. Dit is echter niet verplicht en wordt ook niet door het OMT geadviseerd.
Waarom worden mondneusmaskers alleen geadviseerd voor groep 7 en 8?
In z’n algemeenheid neemt de besmettelijkheid van het coronavirus op met de leeftijd. Voor kinderen in groep 7 en 8 geldt geen wettelijke plicht om een mondneusmasker te dragen. Desalniettemin kan het in sommige situaties in de school overwogen worden, zoals in het aanvullend servicedocument staat beschreven. Hierbij speelt ook mee dat een mondneusmasker alleen effectief is bij het juiste gebruik en dit is aan oudere kinderen beter uit te leggen dan aan jongere kinderen.
Hoe zit het met kinderen met een kwetsbare gezondheid?
Wanneer een behandelend (kinder)arts adviseert om niet naar school te gaan, ook niet met eventueel extra beschermende maatregelen, moet worden aangesloten bij de bepalingen zoals deze ook gelden voor leerlingen die vanwege een medische aandoening niet naar school kunnen gaan. Voor specifiek deze leerlingen zijn scholen verplicht om een alternatief onderwijsaanbod te verzorgen. Afstandsonderwijs kan fungeren als alternatief onderwijsaanbod. Er is overleg tussen ouders, leerling en school nodig over wat daarin mogelijk is. Mochten ouders problemen ervaren in het overleg tussen school, ouders en leerling dan kan door de ouders contact worden opgenomen met de Inspectie van het Onderwijs. Indien het verplichte onderwijsprogramma (deels) bestaat uit online of afstandsonderwijs, en een leerling daar niet aan mee doet, dan moeten scholen het ongeoorloofd verzuim in dat geval ook melden.
Moeten leerlingen met een gezinslid met een kwetsbare gezondheid naar school?
Als een arts concludeert dat het voor een gezinslid niet veilig is als een leerling naar school gaat, dan worden scholen dringend opgeroepen om het gesprek aan te gaan over alternatieve mogelijkheden, zodat de leerling onderwijs kan blijven volgen. De school kan bekijken of het mogelijk is om in overleg met de ouders toch bepaalde (aanvullende) veiligheidsmaatregelen te treffen waardoor de leerling toch naar school kan Scholen zijn wel verantwoordelijk voor de continuïteit van het onderwijsaanbod voor alle leerlingen, en worden daarom verzocht zich in te spannen voor een alternatief voor fysiek onderwijs op school. Scholen zijn niet verplicht om afstandsonderwijs voor deze leerlingen te verzorgen.
Moet een school alternatief onderwijs aanbieden voor een leerling die (kortdurend) ziek thuis zit?
Nee. Scholen hoeven geen afstandsonderwijs te bieden aan een ziekgemelde leerling.
Moeten leerlingen naar school als zij of hun ouders angst hebben voor corona?
In principe wel, hoewel dit een lastig gesprek kan zijn. Scholen kunnen wel hulp krijgen om dit gesprek te voeren (zie hierna). Als ouders of leerlingen angst ervaren om weer naar school te gaan, is het belangrijk dat scholen, ouders en leerlingen in gesprek gaan om samen te kijken naar de mogelijkheden die er zijn om onderwijs te volgen. De jeugdgezondheidszorg kan eveneens een rol spelen bij de angst voor corona, onder meer door informatie over corona te geven en te adviseren over risico’s in combinatie met andere ziekten of aandoeningen. Een tijdelijk alternatief onderwijsaanbod kan een mogelijkheid zijn om te zorgen dat leerlingen zo min mogelijk achterstanden oplopen. Dit is echter geen verplichting. Op de website ‘Weer aanwezig op school’ en de website van het Nederlands Jeugdinstituut staan informatie en suggesties voor als er sprake is van corona-angst bij de ouder(s) en/of leerlingen.
Wat moet een school doen als een leerling niet op school komt, bijvoorbeeld vanwege angst voor corona?
Het oplopen van achterstanden bij leerlingen moet worden voorkomen. Alhoewel er formeel geen verplichting is voor scholen om in het geval van bijvoorbeeld angst voor corona een alternatief onderwijsprogramma aan te bieden, is het belangrijk om waar mogelijk te zorgen voor onderwijs. 1. Verschijnt een leerling niet op school, ga als school het gesprek aan met deze leerling en zijn of haar ouders om samen te kijken naar een oplossing. 2. Kijk of een alternatief onderwijsprogramma mogelijk is gedurende de periode dat de leerling niet naar school komt. 3. Win als school expertise in, bijvoorbeeld bij jeugdgezondheidszorg, het samenwerkingsverband, onderwijs(zorg)consulenten en leerplicht om samen met de leerling en zijn of haar ouders te kijken hoe bijvoorbeeld de angst voor corona kan worden verminderd. Op de website “Weer aanwezig op school” en de website van het Nederlands Jeugdinstituut staan informatie en suggesties voor als er sprake is van corona-angst bij de ouder(s) en/of leerlingen. Alleen in gevallen waarin de school het gesprek heeft gevoerd, de school een alternatief onderwijsaanbod heeft gedaan, de hulp van derden is ingeschakeld en de leerling alsnog niet terug naar school komt of niet deelneemt aan het aangeboden onderwijsprogramma, moet de school een melding van verzuim doen.
Hoe moeten ouders omgaan met de gespreide tijden als zij meerdere kinderen in verschillende klassen op school hebben?
Door de aanvullende maatregelen van het RIVM dienen scholen gespreide begin-, pauze- en eindtijden te hanteren. * Ouders moeten dus rekening houden met verschillende momenten waarop hun kinderen van en naar school gaan. * Kinderen worden door niet meer dan één ouder of verzorger naar school gebracht. * Voor ouders geldt hierbij het dringende advies dat kinderen van hogere groepen zoveel mogelijk zelf naar school en naar huis gaan. * Om besmettingen tegen te gaan, is het dringend advies aan scholen om het schoolplein in te delen voor wachtende ouders. Hiermee wordt afstand tussen ouders georganiseerd bij brengen en halen. Ook kan aan ouders (aanvullend) gevraagd worden om buiten mondneusmaskers te dragen, wanneer dit bijdraagt aan het beperken van het risico op verspreiding van het virus.
Hoe kan er een vaste groepsindeling worden gemaakt op een school met een onderwijsvorm waarin les wordt gegeven aan groepen leerlingen in wisselende samenstelling? Denk bijvoorbeeld aan unit-onderwijs, onderwijs aan leerlingen van verschillende scholen in het kader van extra ondersteuning (bijv. bij hoogbegaafdheid, ontwikkelingsperspectiefplan, etc.).
Het dringend advies is er om te voorkomen dat leerlingen in wisselende samenstellingen samenkomen. Het doel is om contactmomenten tussen leerlingen te beperken om daarmee verspreiding van het coronavirus tegen te gaan. Het is aan de scholen om dit binnen hun onderwijsvorm te organiseren. Dit kan betekenen dat niet altijd alles mogelijk is. Het kan ook betekenen dat er meer personen in quarantaine zullen moeten na een besmetting. Scholen zijn niet verplicht om binnen de klas subgroepen (cohorten) samen te stellen.
Wat is het alternatief als groepjes/koppels maken niet lukt vanwege ruimte, klassengrootte, leerlingenpopulatie of om andere redenen?
Het uitgangspunt is om contactmomenten tussen leerlingen te beperken om daarmee verspreiding van het coronavirus tegen te gaan. Het is aan de scholen om dit binnen hun onderwijsvorm te organiseren. Dit kan betekenen dat niet altijd alles mogelijk is. Het alternatief is dat bij een besmetting de hele klas sowieso in quarantaine moet.
Hoe ziet het aangescherpte bron- en contactonderzoek (BCO) bij kinderen eruit?
Het RIVM heeft het BCO voor kinderen tot en met 12 jaar aangescherpt, om zo sneller en steviger te kunnen reageren wanneer een besmetting wordt gesignaleerd binnen een klas. Het is hiervoor belangrijk voor scholen én ouders om alert te zijn op klachten bij kinderen, en ze te laten testen. Na een geconstateerde besmetting worden voor het BCO de contacten in drie categorieën ingedeeld: 1. huisgenoten 2. overige nauwe contacten en 3. overige (niet nauwe) contacten. Contacten in categorie 1 en 2 moeten in thuisquarantaine en worden verzocht zich te laten testen. Kinderen in het primair onderwijs en kinderen tot 12 jaar kunnen vanaf nu volgens de RIVMrichtlijnen ook aangemerkt worden als ‘nauwe contacten’ als zij langer dan 15 minuten op minder dan 1,5 meter afstand in contact waren met een besmet persoon. Deze wijziging betekent dat wanneer een kind positief wordt getest in principe de hele klas of groep als ‘nauw contact’ voor 10 dagen in thuisquarantaine gaat. Na 5 dagen kunnen zij in de GGD-teststraat getest worden. Bij een negatieve test mag een kind de volgende dag weer naar school. Indien het kind niet wordt getest, zal het de volledige 10 dagen thuisquarantaine moeten volmaken. Contacten in categorie 3 mogen naar school komen en kunnen zich laten testen op dag 5 na het laatste contact. Dit is niet verplicht om naar school te blijven gaan. Alleen als de school heeft geregeld dat kinderen onderling beperkt contact hebben, bijvoorbeeld door ze op te delen in vaste kleinere groepjes, hoeven mogelijk minder kinderen in quarantaine dan de hele klas. Het is goed als scholen hierover advies inwinnen bij de GGD. Zie voor meer informatie over het aangescherpte BCO de RIVM-handreiking BCO voor kinderen https://lci.rivm.nl/Handreiking-contact-en-uitbraakonderzoek-kinderen
Is het altijd nodig dat de hele klas in thuisquarantaine gaat bij een besmetting?
Niet altijd. Als een school heeft georganiseerd dat kinderen alleen contact hebben met een deel van de klas, bijvoorbeeld door vaste (kleinere) groepen te vormen, dan hoeven alleen de kinderen die als nauw contact gelden in quarantaine. In dat geval kan in overleg met de GGD bekeken worden of een deel van de leerlingen beschouwd kan worden als overige contacten (categorie 3) waarvoor geen quarantaine nodig is.
Hoe weet de school dat een kind besmet is?
Ouders zijn niet juridisch verplicht om een besmetting aan school te melden, dit valt binnen de privacyregels. De GGD heeft de taak om het bron- en contactonderzoek uit te voeren en informeert op basis daarvan de nauwe contacten rondom de besmette persoon. De school wordt geadviseerd om een eigen stappenplan op te stellen voor besmettingen of uitbraken op school. Men legt hierin vast hoe er met ouders gecommuniceerd wordt over een besmetting of uitbraak, met inachtneming van de privacyregels. Het is nodig om als school al een protocol te hebben hoe de GGD kan worden geholpen met het uitvoeren van het bron- en contactonderzoek, bijvoorbeeld door het bijhouden van klassenindelingen en -plattegronden en dagelijkse presentielijsten per klas/groep. GGD’en hebben een specifiek team school en jeugd dat hier ervaring en expertise in heeft.
Hoe gaat de invoering van sneltesten eruit zien in het primair onderwijs?
Voor onderwijsmedewerkers geldt dat zij voorrang hebben bij het testen en gebruik kunnen maken van de ‘fast lanes’, de teststraten met prioriteit. Dat blijft zo, en geldt nu ook voor medewerkers van de kinderopvang. Daarnaast gaan we voor onderwijspersoneel aanvullend starten met sneltesten. Deelname aan sneltesten is vrijwillig. Sneltesten komen beschikbaar voor personeel dat als ‘overig contact’ uit BCO komt, of personeel met klachten die niet uit BCO naar voren komen. Personeel dat als ‘nauw contact’ uit BCO komt moet nog steeds naar de GGD-teststraat. We starten in de loop van volgende week (week 6) op de eerste locaties. Op basis van deze ervaringen breiden we dit stap voor stap uit. In samenwerking met de GGD streven we ernaar binnen 3 maanden een landelijk aanbod te kunnen realiseren.
Wat als een ouder niet wil dat het kind getest wordt?
Testen gebeurt op vrijwillige basis. Dan wordt er dus geen test afgenomen. De consequentie hiervan kan wel zijn dat het kind dan langer in quarantaine moet zijn.
Is het altijd nodig dat de hele klas in thuisquarantaine gaat bij een besmetting?
Alleen als een school heeft georganiseerd dat kinderen alleen contact hebben met een deel van de klas, door vaste groepen te vormen, kan in overleg met de GGD bekeken worden of een deel van de leerlingen beschouwd kan worden als overige contacten (categorie 3) waarvoor geen quarantaine nodig is.
Als er een groepje kinderen naar huis worden gestuurd, krijgen die dan thuisonderwijs/wordt er dan hybride onderwijs gegeven? / Hebben leerlingen in quarantaine recht op les?
Indien vanwege organisatorische redenen een school tijdelijk of voor bepaalde groepen geen fysiek onderwijs kan organiseren, wordt scholen gevraagd om zo mogelijk continuïteit te bieden. Er geldt dan geen ‘recht op les’. De school is niet verplicht hybride onderwijs aan te bieden, maar kan bijvoorbeeld wel huiswerk geven, terwijl er op school fysiek onderwijs wordt gegeven.
Wat gebeurt er met noodopvang als scholen/klassen in quarantaine gaan?
Wanneer een leerling in quarantaine zit, kan deze leerling niet naar de noodopvang.
Wat is er geregeld voor ouders die plotseling hun kinderen op moeten halen en weer thuis hebben vanwege corona in de klas/op school?
Dat is heel vervelend, maar het kan inderdaad gebeuren. Net als tijdens de volledige lockdown, roepen we werkgevers op om begrip te tonen voor medewerkers die hun kinderen van school moeten halen, omdat de klas/groep in quarantaine gaat.

Algemeen protocol bij openstelling scholen 8 februari 2021

Wat houdt het protocol in?
Het protocol is een handreiking voor de sector bij de heropening van scholen. Het kabinetsbesluit tot de opening van de scholen is leidend: alle leerlingen gaan volledig naar school, met inachtneming van de RIVMvoorschriften. Dit protocol is aangepast naar aanleiding van het laatste servicedocument van OCW van 3 februari jl. In dit servicedocument zijn de adviezen vanuit het Generiek Kader van de RIVM (waarin extra maatregelen en adviezen aan de GGD staan) opgenomen en wordt vanuit OCW aangegeven hoe het onderwijs vanaf het opengaan van de scholen op 8 februari a.s. moet/kan worden ingericht. • Het servicedocument vanuit OCW is leidend voor de inrichting van het onderwijs, dit is de uitwerking van het kabinetsbesluit. • Het RIVM heeft in het Generiek Kader eveneens verplichtingen geformuleerd, die voor een deel zijn overgenomen in het servicedocument. De GGD acteert op dit kader. • Scholen bepalen in overleg met de GGD hoe zij de richtlijnen uit het Generiek Kader in hun school vormgeven. • Scholen hebben de ruimte om maatwerk te bieden binnen de kaders van het servicedocument. Bij vragen over adviezen uit het Generiek Kader die niet in het servicedocument zijn overgenomen, kunnen scholen afstemmen met de GGD. Samen met de GGD maken zij dan afwegingen die passen bij de school. • Als er in het protocol staat dat maatregelen verplicht zijn, komt deze verplichting voort uit wettelijke verankering, zoals in het servicedocument staat beschreven. • Als er in het protocol staat dat iets een dringend advies is, wordt er verwacht dat scholen deze maatregelen zo goed mogelijk invoeren, rekening houdend met hun eigen situatie en de context van de school. Scholen kunnen, in afstemming met hun MR, alternatieve maatregelen nemen als zij niet aan de dringende adviezen kunnen voldoen. In dit protocol wordt ingegaan op een aantal praktische aspecten rondom veiligheid en hygiëne waar rekening mee gehouden kan worden en in sommige gevallen moet worden. Besturen, scholen en werknemers zijn niet gehouden aan het onmogelijke, nu zij gesteld zijn voor de moeilijke taak zowel de veiligheid van werknemers en leerlingen zo goed mogelijk te waarborgen en tegelijk vorm te geven aan de continuering van het onderwijs.
In het algemeen gelden de volgende regels met betrekking tot heropening:
• De school geeft fysiek onderwijs aan alle leerlingen. • Leerlingen zijn verplicht om naar school te komen. De reguliere leerplicht is van kracht. • De school is open, tenzij… o Het advies van de GGD over besmettingen op school en beperking van het verspreidingsrisico hier aanleiding toe geeft, of o De school organisatorisch geen andere mogelijkheid heeft dan te sluiten, omdat teveel personeelsleden ziek zijn of in quarantaine moeten, en geen vervanging beschikbaar is. • Indien de school gesloten is op bovengenoemde gronden, biedt de school wel noodopvang aan kinderen met ouders in cruciale beroepen en worden deze kinderen naschools opgevangen door de BSO. • Wanneer onderwijs niet fysiek mogelijk is, schakelen scholen zo veel als mogelijk is in hun situatie over naar onderwijs op afstand of bieden zij maatwerkoplossingen aan om het onderwijs zo goed mogelijk te continueren. Een school meldt een schoolsluiting bij de Onderwijsinspectie via het meldpunt. • Als cohortering organisatorisch niet mogelijk is, is dit geen reden om de school te sluiten. Daarnaast blijven de hygiënemaatregelen van het RIVM van kracht – zoals het OMT aangeeft, is het extra van belang dat die worden nageleefd. Het gaat daarbij om: • Een goede melding en monitoring van besmettingen; • Het strikt toepassen van een gezondheidscheck wanneer ouders/verzorgers en andere volwassenen de school binnentreden ; • Het strikt toepassen van de overige hygiënemaatregelen.
Algemeen / Algemene RIVM-richtlijn Veiligheidsrisico’s
Scholen hanteren de RIVM-richtlijn: lci.rivm.nl/richtlijnen/covid-19. Specifiek zijn de volgende maatregelen van kracht: • Tussen leerlingen onderling én tot volwassenen hoeft geen 1,5 meter afstand bewaard te worden. • Tussen alle volwassenen moet onderling 1,5 meter afstand bewaard worden. • Scholen melden zich bij de GGD wanneer er sprake is van één of meer bevestigde besmettingen met COVID-19 als zij daarover nog niet door de GGD zijn benaderd. De GGD voert bron- en contactonderzoek uit. Zie: https://lci.rivm.nl/Handreikingcontact-en-uitbraakonderzoek-kinderen. • Advies: Stel als school vooraf een eigen stappenplan op bij besmetting of uitbraak op school. Stem dit vooraf af met de GGD.
Algemeen / Fysiek contact
• Volwassenen houden 1,5 meter afstand tot elkaar. • Er worden geen handen geschud. • Voor sommige doelgroepen van leerlingen is het noodzakelijk dat er afwijkende besluiten genomen moeten worden door de school.
Algemeen / Hygiënemaatregelen
Scholen dragen er zorg voor dat de algemene hygiënevoorschriften van het RIVM zoveel mogelijk worden nageleefd: www.rivm.nl/hygienerichtlijnen/basisscholen. Denk hierbij aan: • Handen wassen met water en zeep, meerdere keren per dag voor ten minste 20 seconden: begin schooluren, voor de pauze, na de pauze, na toiletgang. • Gebruik van papieren handdoekjes. • Hoesten/niezen in de elleboog. • Niet aan je gezicht zitten. • Oppervlakten reinigen met water en zeep. Een of meerdere personeelsleden moet verantwoordelijk worden gesteld voor de uitvoering van deze hygiënemaatregelen. Persoonlijke beschermingsmiddelen Voor personeelsleden in het regulier basisonderwijs is het niet verplicht om persoonlijke beschermingsmiddelen zoals een niet-medisch mondneusmasker te dragen. • Voor personeel dat lesgeeft aan groep 7 of 8 is het dringend advies een mondneusmasker of face-shield te dragen. Dit kan ook in andere groepen, bijvoorbeeld bij de verzorging van de jongere leerlingen. • Voor leerlingen van groep 7 en 8 is het een dringend advies aan de school om te overwegen hen een neusmondmasker of face-shield te laten dragen, wanneer zij zich binnen de school voortbewegen en geen afstand kunnen houden van andere klassen. Het mondneusmasker kan af, wanneer leerlingen een vaste zit- of staanplaats hebben binnen de school.
Algemeen / Privacy
Een school dient zich (bij communicatie over besmettingen op school en de registratie van gegevens) te houden aan de wet- en regelgeving op het gebied van bescherming van persoonsgegevens/privacy.
Aanwezigheid / Aanwezigheid van leerlingen op school en (les)aanbod
• Uitgangspunt is dat het aantal contacten op school beperkt moet worden. Dit geldt voor zowel leerlingen als personeel. Denk hierbij bijvoorbeeld ook aan vakleerkrachten die groepsoverstijgend werken. • Voor muziekonderwijs geldt specifiek: zang en gebruik van blaasinstrumenten is voor leerlingen in het primair onderwijs toegestaan. • Voor bewegingsonderwijs, zie het protocol van de KVLO: https://www.kvlo.nl/hulp-en-advies/juridisch-onderwijscao/onderwijstype-of--thema/protocol-pagina-lo-in-coronatijd2020-2021.html. Gymlessen gaan door.
Aanwezigheid / Cohortering
Wat is cohortering? Cohortering betekent dat leerlingen worden ingedeeld in subgroepen en dat contact tussen deze subgroepen wordt beperkt. Hier valt bijvoorbeeld onder: vaste klassenindelingen, subgroepjes in de klas of koppels in de klas. Cohortering is een dringend advies. Voordeel van cohortering Wanneer een groep leerlingen binnen kan worden opgedeeld in subgroepjes waartussen 1,5 meter afstand gehouden kan worden, hoeft bij een mogelijke besmetting op een school mogelijk niet de hele klas in quarantaine, maar alleen de relevante subgroep (leerlingen en eventueel personeel). Dit is uiteindelijk aan de GGD om te bepalen in een concreet geval. Bij cohortering is een accurate registratie, die voldoet aan de wet- en regelgeving van de AVG, van subgroepen van groot belang. Scholen maken zelf de afweging op welke manier dit georganiseerd wordt. Mogelijkheden van cohortering Het is vanzelfsprekend dat niet elke school en elke groep aan cohortering kan doen. Bij minder ruimte is cohortering met minder afstand tussen de groepjes nog steeds nuttig bij het tegengaan van de verspreiding, gebruik de ruimte zo efficiënt mogelijk. Het is niet noodzakelijk het aantal leerlingen per klas vanwege ruimtegebrek te beperken. In de onderbouw wordt cohortering niet als zinvol/mogelijk gezien. Verplicht: • Houd een accurate registratie bij van klassenindelingen (en, indien van toepassing, subgroepen) en presentie. Dringend advies: Om contacten tussen verschillende groepen leerlingen te beperken, geldt: • zorg dat leerlingen niet onderling rouleren tussen verschillende groepen/klassen; • organiseer buitenspelen alleen met de eigen klas (zonder andere klassen). Dit mag wél met de hele klas zonder dat de hele klas als overig nauw contact (categorie 2) wordt beschouwd; • Overweeg groepjes van 5 in de klas in middenbouw; • Overweeg kleinere groepjes/koppels in bovenbouw (groepen 7 en 8).
Aanwezigheid / Les op afstand
Voor leerlingen die vanwege de RIVM-richtlijnen of lokale maatregelen, geen fysiek onderwijs mogen/kunnen volgen.
Aanwezigheid / Aanwezigheid personeel
Verplicht: • Personeel blijft gescheiden, ook tijdens pauzes en andere momenten om contactmomenten tussen personeel zo veel mogelijk te beperken. • Op school vindt alleen onderwijs en (onderwijsondersteunende) zorg plaats. Andere activiteiten zoals teamoverleggen e.d. vinden online en op afstand plaats.
Aanwezigheid / Aanwezigheid in de school van personeel, ouder(s)/verzorger(s), vrijwilligers en (externe) professionals
Scholen zorgen ervoor dat op school alleen onderwijs, (onderwijsondersteunende) zorg en opvang van leerlingen plaatsvindt. Activiteiten zoals teamvergaderingen, studiedagen, vieringen of ouderavonden vinden op afstand plaats, dus niet op school. Schoolbesturen kunnen hun personeel niet verplichten aanwezig te zijn voor andere zaken dan lesgeven. Gezien de huidige ontwikkelingen wordt van scholen gevraagd zeer kritisch af te wegen in hoeverre de aanwezigheid van ouder(s)/verzorger(s), vrijwilligers en/of (externe) professionals strikt noodzakelijk is. Indien de school besluit externen toe te laten dan zal zij de gezondheidscheck moeten hanteren en de algemeen geldende afstand- en hygiënemaatregelen toepassen.
In en rondom schoolgebouw / Algemeen
Van scholen wordt gevraagd zoveel als mogelijk een bijdrage te leveren aan het kunnen toepassen van de afstandsregels tussen volwassenen. Aan scholen wordt daarom geadviseerd ouders/verzorgers erop te wijzen buiten het schoolgebouw te blijven en in de schoolomgeving ten minste de 1,5 meter afstand te bewaren.
In en rondom schoolgebouw / Schoolplein
Om contactmomenten tussen ouders en leerlingen te beperken, wordt dringend geadviseerd om, wanneer nodig, het schoolplein in te delen in verschillende ophaal- en brengzones. Ouder(s)/verzorger(s) begeven zich bij voorkeur niet op het schoolplein, tenzij het benutten van het schoolplein noodzakelijk is voor: • de lokale omstandigheden t.b.v. het waarborgen van de 1,5m afstand tussen volwassenen; • het bewaken van de verkeersveiligheid; • het bieden van looproutes om de school(omgeving) met inachtneming van de 1,5 m afstand te verlaten; • maatwerk op basis van leeftijdscohorten; denk hierbij aan het toegang verlenen tot het schoolplein voor ouders/verzorgers van de jongste leerlingen van de school; • het toepassen van de algemeen geldende richtlijnen.
In en rondom schoolgebouw / Looproutes in en om de school
De school hanteert indien mogelijk looproutes waar dit een bijdrage levert in de school(omgeving) aan de geldende afstandsregels tussen volwassenen en cohortering van leerlingen. Scholen wordt dringend geadviseerd om ook bij de doorstroom in en rond het gebouw alles te doen om contactmomenten te beperken, bijvoorbeeld door maatregelen als éénrichtingsverkeer te implementeren.
In en rondom schoolgebouw / Brengen, halen en benutten van de schoollocatie
Verplicht: • Om contactmomenten te beperken, gelden gespreide begin-, pauze- en eindtijden. Scholen maken zelf de afweging op welke manier dit georganiseerd wordt om contactmomenten tussen leerlingen, ouders en onderwijspersoneel te beperken. • Kinderen worden voor zover mogelijk door één ouder/verzorger gebracht en gehaald. • Organiseer bij brengen/halen afstand tussen ouders. • Na school gaat iedereen direct naar huis of (in het geval van noodopvang) de BSO. Dringend advies: • Kinderen van hogere groepen komen zoveel mogelijk zelf naar school en gaan zoveel mogelijk zelf naar huis. Ouders/verzorgers wordt gevraagd om bij brengen/halen ook buiten mondneusmaskers te dragen. Bij het benutten van de schoolaccommodatie voor andere activiteiten dan onderwijs: • Als de schoolaccommodatie ná schooltijd gebruikt wordt door/verhuurd wordt aan externen, dan gelden de regels voor bijeenkomsten in binnenruimtes (max. 30 personen met inachtneming van 1,5 meter afstand). Zie ook: https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/coronavirus-covid19/algemene-coronaregels/regels-voor-binnen-en-buiten
In en rondom schoolgebouw / Ventilatie
De ventilatie (luchtverversing) dient in elke verblijfsruimte te voldoen aan de eisen in het Bouwbesluit en aanvullende richtlijnen en te passen bij de gebruiksfunctie en bezettingsgraad van de ruimte. Lucht lokalen en andere ruimtes meerdere keren per dag door ramen en deuren 10-15 minuten per keer tegenover elkaar open te zetten (als er geen personen in de ruimte aanwezig zijn). Als recirculatie toegepast wordt, draag er dan zorg voor dat bij gemeenschappelijke ruimtes ook voldoende verse buitenlucht wordt toegevoegd. Recirculeren (zonder voldoende luchtverversing) is geen vervanging voor ventileren. Vermijd verder het ontstaan van luchtstromen door mobiele (zwenk)ventilatoren en airco’s in gemeenschappelijke ruimtes. Indien er geen andere mogelijkheid is tot verkoeling, zorg er dan voor dat er geen luchtstroom van persoon naar persoon gaat. Voor een volledig overzicht van richtlijnen rondom ventilatie wordt verwezen naar https://www.lesopafstand.nl/lesopafstand/richtlijnen/ventilatie/ en naar de algemene richtlijnen van het RIVM (https://lci.rivm.nl/ventilatie-en-covid-19).
Gezondheid / Medisch handelen / verzorgende handelingen
Dringend advies: bij medische / verzorgende handelingen kan een mondneusmasker of face-shield gedragen worden. Wanneer intensieve medische of verpleegkundige zorg in het regulier én speciaal basisonderwijs moet worden uitgevoerd waarbij normaal gesproken handschoenen worden gedragen, wordt geadviseerd deze nu ook te dragen. Daarnaast gelden voor zorgmedewerkers de uitgangspunten persoonlijke beschermingsmiddelen bij verzorging, verpleging of medische behandelingen buiten het ziekenhuis: https://lci.rivm.nl/covid-19/PBMbuitenziekenhuis
Gezondheid / Wegstuurbeleid
• Wanneer een personeelslid gedurende de dag klachten ontwikkelt zoals genoemd in paragraaf 4, gaat het personeelslid naar huis. • Wanneer een leerling gedurende de dag klachten ontwikkelt zoals genoemd in paragraaf 3, gaat de leerling naar huis. Specifiek is de volgende maatregel van kracht: • Als een leerling ziek wordt, wordt hij/zij direct door een ouder/verzorger opgehaald. Aan scholen wordt geadviseerd ouders/verzorgers erop te wijzen buiten school te blijven en afstand van elkaar te houden.
Gezondheid / Thuisblijf regels – gezondheid leerlingen
De school past de RIVM-adviezen en richtlijnen die gelden voor het onderwijs toe. Zie hiervoor: https://lci.rivm.nl/richtlijnen/covid-19#index_Ziekte-- Besmettelijkheid. Kinderen tot en met de basisschoolleeftijd mogen naar de basisschool, met: • verkoudheidsklachten (zoals loopneus, neusverkoudheid, niezen en keelpijn); • als ze af en toe hoesten, • met astma of hooikoorts zonder koorts of benauwdheid. Zij moeten thuisblijven als: • het kind naast verkoudheidsklachten ook koorts heeft en/of benauwd is en/of (meer dan incidenteel) hoest. • als zij getest gaan worden en/of in afwachting zijn van het testresultaat. • het kind een contact is van een patiënt met een bevestigde COVID-19 infectie. • het kind bij iemand in huis woont die, naast milde klachten die passen bij COVID-19, ook koorts heeft en/of benauwd is. Dan geldt: iedereen in het huis blijft thuis totdat die persoon een negatieve testuitslag heeft; • het kind een huisgenoot is van iemand met een bevestigde COVID-19 infectie. Het kind blijft thuis gedurende de quarantaineperiode. Als het kind geen klachten ontwikkelt tijdens deze periode mag het kind daarna weer naar school. Zie voor meer informatie: https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/coronavirus-covid19/algemene- coronaregels/thuisquarantaine/quarantainegezinnen-met-kinderen Testen van kinderen jonger dan 12 jaar wordt dringend geadviseerd als: • de klachten niet (alleen) bestaan uit verkoudheidsklachten (bijv. als er ook sprake is van hoesten, koorts en/of benauwdheid), of anderszins ernstig ziek is, • er een indicatie is in het kader van een bron- en contactonderzoek, • het kind deel uitmaakt van een uitbraakonderzoek. Kinderen die getest worden, blijven thuis totdat de uitslag bekend is. Voor meer informatie zie: https://lci.rivm.nl/langdurig-neusverkouden-kinderen • Wanneer een leerling positief getest is op corona moet hij/zij ten minste 7 dagen thuis in isolatie blijven en uitzieken. De leerling mag pas weer naar school en de opvang als hij/zij na deze 7 dagen ook 24 uur geen klachten meer heeft. Zie voor meer informatie over thuisblijven: https://lci.rivm.nl/informatiepatientthuis • Als iemand in het huishouden van de leerling naast milde COVID-19 klachten ook koorts boven 38 °C en/of benauwdheidsklachten heeft, blijft de leerling ook thuis in quarantaine (behalve als het gaat om een klein kind t/m 6 jaar, dan hoeft alleen het kind zelf thuis te blijven). Deze huisgenoot zal zich moeten laten testen. In afwachting van de uitslag blijft de leerling thuis. https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/coronaviruscovid-19/openbaar-en-dagelijks-leven/in-thuisquarantainedoor-corona • Als iemand in het huishouden van de leerling getest is voor COVID-19 en een positieve uitslag heeft, dan blijft de leerling tot 5 dagen vanaf de testafname thuis in quarantaine. Indien de huisgenoot dan nog geen klachten heeft ontwikkeld, mag de leerling 5 dagen na de testafname weer naar school. Krijgt de huisgenoot wel klachten dan blijft de leerling 10 dagen na het laatste nauwe contact met deze persoon thuis. Vanaf dag 5 van de quarantaine kan de leerling getest worden en bij een negatieve test mag hij uit quarantaine. Voor meer informatie zie: https://lci.rivm.nl/COVID-19-bco. • Als de leerling geen 1,5 meter afstand houdt, moet hij/zij thuisblijven tot 10 dagen nadat de bevestigde patiënt/huisgenoot weer uit isolatie mag. De GGD licht dit toe. Zie voor meer informatie: https://lci.rivm.nl/informatiebriefhuisgenootthuis. Specifiek zijn de volgende maatregelen van kracht: • Iedereen met één of meer van eerder genoemde klachten kan zich laten testen. Zie m.b.t. de instructies ook https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/coronaviruscovid-19/testen • Leerlingen die behoren tot een risicogroep kunnen worden vrijgesteld van fysiek onderwijs (beslissing van ouder(s)/verzorger(s) in overleg met de school en de behandelend arts). Zie voor meer informatie: https://lci.rivm.nl/richtlijnen/covid-19#index_Risicogroepen. • Leerlingen van wie gezinsleden tot een risicogroep behoren kunnen worden vrijgesteld van fysiek onderwijs (beslissing van ouder(s)/verzorger(s) in overleg met de school en de behandelend arts).
Gezondheid / Thuisblijf regels – gezondheid personeel
De school past RIVM-adviezen en richtlijnen die gelden voor het onderwijs toe. Zie voor meer informatie: https://lci.rivm.nl/richtlijnen/covid-19#index_Ziekte--Besmettelijkheid. • Vanaf 1 juni moet iedereen in Nederland met de volgende klachten thuisblijven: o Verkoudheidsklachten: Neusverkoudheid, loopneus, niezen, keelpijn. o Hoesten. o Verhoging of koorts > 38°C. o Moeilijk ademen/benauwdheid. o Plotseling verlies van reuk of smaak (zonder neusverstopping). • Wanneer een personeelslid positief getest is op corona, moet hij/zij ten minste 7 dagen thuis in isolatie blijven en uitzieken. Het personeelslid mag pas weer naar school als hij/zij na deze 7 dagen ook 24 uur geen klachten meer heeft. Zie voor meer informatie: https://lci.rivm.nl/leefregels • Wanneer een personeelslid positief getest is op corona en een verminderde weerstand heeft dan mag hij/zij pas uit isolatie als hij/zij 24 uur geen klachten meer heeft die passen bij COVID-19 en het minimaal 14 dagen geleden is dat hij/zij ziek werd. Zie voor meer informatie: https://lci.rivm.nl/leefregels • Als iemand in het huishouden van het personeelslid naast milde COVID-19 klachten ook koorts boven 38°C en/of benauwdheidsklachten heeft, blijft het personeelslid ook thuis. Zie voor meer informatie: https://lci.rivm.nl/informatiebrief-niet-bevestigde-patient • Als iemand in het huishouden van het personeelslid getest is voor COVID-19 en een positieve uitslag heeft, dan moet het personeelslid tot5 dagen na de testafname thuisblijven. Indien de huisgenoot dan geen klachten heeft ontwikkeld, mag het personeelslid 5 dagen na de testafname weer naar school. Krijgt de huisgenoot wel klachten dan blijft het personeelslid 10 dagen na het laatste nauwe contact met deze persoon thuis. Vanaf dag 5 kan het personeelslid zich laten testen en bij een negatieve uitslag mag hij/zij uit quarantaine. Hij/zij moet wel zijn/haar gezondheid in de gaten houden en contact met kwetsbaren tot en met de 10de dag vermijden. Zie voor meer informatie: https://lci.rivm.nl/COVID-19-bco • Als het personeelslid geen 1,5 meter afstand houdt, moet hij/zij thuisblijven tot 10 dagen nadat de bevestigde patiënt/huisgenoot weer uit isolatie mag. De GGD licht dit toe. Zie voor meer informatie: https://lci.rivm.nl/informatiebriefhuisgenootthuis. • Als het personeelslid een nauw contact is geweest van een bevestigde COVID-19 patiënt dan moet het personeelslid 10 dagen in thuisquarantaine na het laatste contact van langer dan 15 min. op minder dan 1,5m afstand. Vanaf dag 5 kan het personeelslid zich laten testen en bij een negatieve uitslag mag hij/zij uit quarantaine. Zie voor meer informatie: https://lci.rivm.nl/COVID-19-bco • Indien het personeelslid een nauw contact met een bevestigde coronapatiënt heeft gehad kan het personeelslid zich na 5 dagen laten testen en bij een negatieve uitslag eerder dan de 10de dag uit quarantaine. Hij/zij moet wel zijn/haar gezondheid in de gaten houden en contact met kwetsbaren tot en met de 10de dag vermijden. Voor personeelsleden die werken met kwetsbare doelgroepen met een verhoogd risico op complicaties geldt: vermijd contacten gedurende de gehele tien dagen, onafhankelijk van de negatieve testuitslag. Zie voor meer informatie: https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/coronaviruscovid-19/testen/testbeleid • Personeelsleden met klachten nemen contact op met de arbo-/bedrijfsarts. Specifiek zijn de volgende maatregelen van kracht: • Iedereen met één of meer van eerdergenoemde klachten kan zich laten testen. Zie m.b.t. de instructies ook https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/coronaviruscovid-19/testen • Het personeelslid blijft thuis tot de uitslag bekend is (overleg met werkgever over welke werkzaamheden personeelslid eventueel vanuit huis kan doen). • Personeelsleden die in een risicogroep vallen, kunnen worden vrijgesteld van werk op school (keuze medewerker in overleg met de arbo-/ bedrijfsarts of behandelend arts en werkgever). Zie voor meer informatie: https://lci.rivm.nl/richtlijnen/covid-19#index_Risicogroepen. • Personeelsleden die met goede redenen niet fysiek op school kunnen/willen werken ( bijvoorbeeld personeelsleden met gezinsleden die in een risicogroep vallen) , kunnen worden vrijgesteld van werk op school . In gesprek met tussen werkgever en werknemer wordt gekeken naar een andere invulling van de werkzaamheden. • Een personeelslid dat niet tot de risicogroep behoort maar zich wel ernstig zorgen maakt, gaat hierover in gesprek met zijn werkgever. In dat gesprek worden afspraken gemaakt over een andere invulling van de werkzaamheden en/of aanvullende veiligheidsmaatregelen. Lukt het niet om tot afspraken te komen, dan kunnen de PO-Raad en de vakbonden ingeschakeld worden voor bemiddeling en advies. • Medische informatie van het personeelslid wordt niet gedeeld met de werkgever of collega’s. • De arbo-/bedrijfsarts kan hierbij betrokken worden. • Een personeelslid dat 28 weken of meer zwanger is moet 1,5m afstand tot alle anderen (dus ook leerlingen op de basisschool). Dit leidt er in de meeste situaties in de praktijk toe dat dit personeelslid vanaf het derde trimester ander werk moet doen waarbij wel afstand gehouden kan worden. Meer informatie over zwangerschap, werk en COVID-19 is te vinden op: https://lci.rivm.nl/zwangerschap-werk-en-covid19
Gezondheid / In thuisquarantaine na verblijf in het buitenland
Ouders, onderwijspersoneel en kinderen ouder dan 12 jaar krijgen -net als iedereen in Nederland - na een verblijf in een land waar code oranje of rood geldt, of een land of gebied dat tijdens de vakantie wijzigt van code geel naar code oranje of rood, het dringende advies om 10 dagen in thuisquarantaine te gaan bij terugkomst. Een negatieve test is geen vervanging van de thuisquarantaine. Ook bij een negatieve test moeten zij 10 dagen thuisblijven. Zie voor meer informatie: https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/coronavirus-covid19/nederlandse-maatregelen-tegen-het-coronavirus/vakantie-ineigen-land-en-reizen-naar-het-buitenland. Geldt het dringende advies voor thuisquarantaine, dan mag diegene niet op school of op het schoolplein komen. Op basis van haar zorgplicht voor de veiligheid op school mag een school personen wegsturen die dit advies niet in acht nemen.
Gezondheid / Thuisquarantaine naar aanleiding van een besmetting op school
Verplicht: • Een school dient zich bij communicatie over besmettingen op school te houden aan de wet- en regelgeving op het gebied van bescherming van persoonsgegevens/privacy. • Als er een besmetting plaatsvindt, volgen school, leerlingen en ouders de instructies van de GGD. Alle huisgenoten en nauwe contacten van de besmette persoon (of: categorie 1- en 2-contacten zoals verwoord in de handreiking bco) gaan in quarantaine. Dit geldt ook voor alle kinderen die hieronder vallen, ongeacht de leeftijd. Dat betekent dat als een kind positief wordt getest, de hele klas in thuisquarantaine gaat. Wanneer een school heeft georganiseerd dat kinderen alleen contact hebben met een deel van de klas door vaste groepen te vormen, kan in overleg met de GGD bekeken worden of een deel van de leerlingen beschouwd kan worden als overige contacten (categorie 3), waarvoor geldt: testen op dag 5 na het laatste contact wordt geadviseerd en geen quarantaine. • Leerlingen en onderwijspersoneel kunnen zich (net als iedereen) op dag 5 na het laatste contact met een besmet persoon laten testen in GGD-teststraat of nog 5 dagen langer in quarantaine. Hierbij zijn de GGD-instructies leidend. • Het is van belang dat de school zich voorbereidt op evt. afwezigheid van leraren en leerlingen i.v.m. quarantaines en/of besmetting op school. Hierbij staan zowel het tegengaan van verspreiding van het virus als continuering van onderwijs centraal. Denk hierbij aan • communicatie naar ouders en leerlingen; • onderwijsaanbod en afstandsonderwijs; • afstemming met bestuur, eventueel nabije scholen (bijv. zelfde gebouw), gemeente. Dringend advies: • Zie aanbevelingen rondom cohortering (hoofdstuk 2, paragraaf 2), waardoor mogelijk niet de hele klas in quarantaine hoeft bij besmetting. • Over het testen van onderwijspersoneel is goede afstemming van de school met bestuur, (g)mr, gemeente en GDD nodig. • Houd rekening met een opstartstrategie om na een quarantaineperiode het fysiek onderwijs weer te starten Sommige leraren zullen (op termijn) gebruik maken van (snel)test; • Leerlingen druppelen mogelijk weer terug naar school na negatieve testuitslagen vanaf dag 5, maar leerlingen kunnen ook langer in quarantaine blijven. • Maak afspraken met ouders over toestemming, betrokkenheid en aanwezigheid van de ouders bij het testen van hun kind
Capaciteit / Beschikbaarheid personeel
Bij afwezigheid van personeel wordt (indien mogelijk) vervangen.
Capaciteit / Testen
Vanaf maandag 21 september 2020 krijgt onderwijspersoneel in het funderend onderwijs - na toestemming van de schoolleider - toegang tot de voorrangsprocedure COVID-19 bij de GGD. De voorrangsprocedure is uitsluitend bedoeld voor het opvangen van uitval van onderwijstijd waarmee de continuïteit van het primair proces in gevaar komt.
Noodopvang voor leerlingen van ouder(s) /verzorger(s) met cruciale beroepen
Als de school om organisatorische redenen niet open kan, is de school verantwoordelijk voor noodopvang. • Leerlingen met één of twee ouders/verzorgers met een cruciaal beroep. Een lijst van cruciale beroepen (kinderen van ouders/verzorgers die hierin werkzaam zijn kunnen wel naar school) staat hier: https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/coronaviruscovid-19/ouders-scholieren-en-studenten-kinderopvang-enonderwijs/cruciale-beroepen. Het uitgangspunt bij één ouder die een cruciaal beroep uitvoert, is dat ouders de opvang zoveel als mogelijk zelf thuis regelen. Maar dat is geen harde eis. Als het niet lukt om de kinderen zelf op te vangen, kunnen deze ouders de kinderen toch naar de noodopvang brengen. Voor meer informatie over de noodopvang zie de website van de rijksoverheid: https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/coronavirus-covid19/ouders-scholieren-en-studenten-kinderopvang-enonderwijs/kinderopvang-noodopvang.